Fruitrassen

Het aantal in Fryslân ontwikkelde fruitsoorten is zeer beperkt. Fryslân is niet een provincie waar veel fruit werd of wordt geteeld. Afgezien van enige commerciële fruitteelt rond Berlikum en Sint Annaparochie staan de vruchtbomen in de provincie voornamelijk op particuliere erven.

Dit kunnen zowel de traditionele boerenboomgaardjes als ook de grote 'hovingen' bij herenhuizen, staten en landgoederen zijn. In die aanplantingen vinden we hoofdzakelijk fruitsoorten van Nederlandse of buitenlandse origine.

Het aantal in Fryslân ontstane soorten is zeer gering. Slechts een viertal appels, vermoedelijk een peer en een pruim zijn bewezen van Friese komaf. Ter vergelijking: in een typische fruitregio als de Betuwe beloopt het aantal plaatselijke variëteiten toch al gauw twintig à dertig rassen.

De Friese fruitrassen zijn vrijwel zeker allen toevalszaailingen. Dat wil zeggen dat ze als spontane zaailing uit pitten zijn ontstaan. Dat geldt ook voor de tot nu toe bekende drie bessensoorten van Friese komaf: de Silvergieters Zwarte, de Stanza en de Sint Anna Korfke.

De Dokkumer Nije, de Schoone van Iephof, de Silvergieters Zwarte zijn enkele van de weinige fruitrassen die in Fryslân hun oorsprong hebben. Je treft ze nauwelijks meer aan. Appelsoorten als de Groninger kroon en de Notarisappel, die niet in de provincie werden ontwikkeld, maar er wel veel voorkwamen, zijn steeds moeilijker te vinden.

Appelrassen als de Blijer Bellefleur, Roem van Drachten en Zoete van der Schoot worden tot nu toe alleen in schriftelijke bronnen vermeld. Supermarkten willen niet van veel appel- en perensoorten een beetje verkopen, ze leveren liever van weinig fruitrassen grote aantallen.

De hoogstammen die veelvuldig voorkwamen zijn verdrongen door laagstambomen, omdat die makkelijker geoogst kunnen worden. De hoogstammen hebben alle een plek gekregen in de fruithof, die als boomgaard voor demonstratiedoeleinden bij 'It Griene Nêst' is ingericht. Zie ook www.fruitynfryslan.nl